Armklachten; verschillende vormen

Kom van je armklachten af

Arm – en elleboogklachten

Er zijn vele vormen van arm- en elleboogklachten. Arm- en elleboogklachten kunnen erg lastig zijn, meestal merk je dan pas hoe veel je met je arm doet. In de meeste gevallen is één arm aangedaan, maar het kan ook zo zijn dat twee armen tegelijk zijn aangedaan. Soms kunnen dagelijkse activiteiten zoals het openen van deuren of schrijven problematisch zijn. Een fysiotherapeut zal altijd starten met een vraaggesprek waarin de fysiotherapeut een bepaald beeld schept van de aandoening en daarbij diagnoses verwerpt of aanneemt. Na het vraaggesprek zal de fysiotherapeut starten met het lichamelijk onderzoek. Het onderzoek helpt de mogelijke aandoeningen te bevestigen of te ontkrachten. Nadat de fysiotherapeut tot de juiste diagnose is gekomen de zal hij/zij dit overbrengen naar de patiënt en het hierbij behorende behandelplan overleggen. Fysiotherapie biedt vaak een oplossing voor het probleem.

Verschillende soorten arm- en elleboogklachten

De fysiotherapeut kan middels de anamnese en het onderzoek de onderliggende oorzaak van je klachten vinden en deze samen met je oplossen.

Tennisarm (epicondylagia lateralis)

Veel mensen hebben klachten van een tennisarm of tenniselleboog. Een tenniselleboog uit zich vaak als een zeurende of stekende pijn ter hoogte van de buitenkant van de elleboog. Het ontstaan kan veel verschillende oorzaken hebben. De klassieke vorm van een tenniselleboog komt vaak door het vele herhalen van een “verkeerde” beweging. Denk dan aan bijvoorbeeld het schroeven met de hand, het typen achter een computer of schilderen. In dit geval is de pees aangedaan van de spier die verantwoordelijk is voor is voor het strekken van de elleboog en de rug van de hand. De desbetreffende spier heet de m. extensor carpi radialis brevis. Als gevolg van het vele herhalen van de beweging(en) worden er veel trekkrachten losgelaten op de pees, hierdoor ontstaan er kleine scheurtjes in de pees. Als gevolg van scheurtjes reageert de pees met het uitstralen van pijn. Vroeger dacht men dat dit een ontsteking was, maar uit recent onderzoek blijkt dat het geen ontsteking is, vandaar de naam epicondylagie (betekent letterlijk; pijn aan het epicondyl = botstuk).

Een andere mogelijke oorzaak kan liggen in de hoge rug of achterkant van de schouder, hier ligt de spier m. infraspinatus. Deze spier heeft een triggerpoint met uitstralingsgebied naar de onderarm, als deze spier te gespannen is kan deze ervoor zorgen dat er een tenniselleboog ontstaat.

KANS (klachten arm, nek, schouder) / RSI (repetitive strain injury)

KANS is een paraplubegrip voor alle klachten aan de arm, nek of schouder. Vroeger werden begrippen als RSI of muisarm gebruikt voor deze vorm van klachten, maar KANS is een gangbaarder begrip. Er zijn 2 vormen van KANS; specifieke KANS en aspecifieke KANS. Specifieke KANS zijn aandoeningen als een tenniselleboog of golferselleboog, deze hebben vaak een specifieke oorzaak. Aspecifieke KANS noemt men klachten aan de arm, nek of schouder zonder specifieke oorzaak. Echter, wanneer de functie van de aangedane spieren wordt beredeneerd naar een activiteit of houding die veel voorkomt bij de desbetreffende persoon is de oorzaak vaak goed te achterhalen. De klachten kunnen zich uiten als pijn, doofheid, tintelingen en krachtverlies in arm, nek of schouder. KANS ontstaat vaak als gevolg van veel herhaaldelijke bewegingen, bijvoorbeeld tijdens het werken aan een computer of werkzaamheden in dezelfde houding.

Nekhernia (cervicale radiculopathie)

De diagnose nekhernia wordt in Nederland zo’n 3000 keer per jaar gesteld. Tussen de 35-65 jaar komt de nekhernia het vaakst voor. Bij mensen vanaf 65 jaar zal de kans op een nekhernia afnemen, dit komt doordat de vocht-aantrekkende moleculen in de tussenwervelschijven op latere leeftijd minder vocht aantrekken en de tussenwervelschijf stugger en dunner wordt. Dit is tevens de reden waarom we op latere leeftijd korter worden.

De botten in de rug noemen we de wervelkolom. De wervelkolom is opgebouwd uit wervels die per locatie verschillende bewegingsmogelijkheden hebben. Zo is de lumbale wervelkolom (laag in de rug) verantwoordelijk voor het buigen en strekken van de rug, de thoracale wervelkolom (in het midden van de rug) verantwoordelijk voor het zijwaarts buigen en draaien van de rug en de cervicale wervelkolom (nek) verantwoordelijk voor het draaien van de nek en het hoofd. Tussen de wervels zitten tussenwervelschijven, ook wel de discus genoemd. De discus is verantwoordelijk voor het afremmen van bewegingen tussen de wervels en daarnaast werkt de discus als schopabsorptie. Als gevolg van slijtage of een ongeluk of trauma kan de tussenwervelschijf gaan slijten.

Als een tussenwervelschijf slijt kan vocht in het midden (nucleus) van de tussenwervelschijf uitpuilen en tegen een cervicale zenuwwortel duwen, door de druk op de zenuw kan de zenuw niet of minder goed functioneren. Dit uit zich in klachten als pijn in het functiegebied van de zenuw, tintelingen of prikkelingen in de arm of hand, een scherpe pijn in de arm of hand of krachtverlies.

Vroeger werd de nekhernia altijd geopereerd, maar uit recent onderzoek is bekend dat een nekhernia in de meeste gevallen binnen 3 maanden geneest. Fysiotherapie kan hierin een meerwaarde betekenen in de zin van oefeningen, trainen, adviezen en mobilisaties. Over het algemeen is een nekhernia een goed te behandelen aandoening.

Fysiotherapie afspraak maken

Heb je fysieke klachten aan je rug en wil je snel een oplossing? Plan dan direct een afspraak en kom deze week nog langs! Wij gaan er voor zorgen dat de klachten tot het verleden behoren.